Comino

Uitzicht op CominoUitzicht op Comino

Comino is een eilandje dat ongeveer halverwege de vaargeul tussen Malta en Gozo ligt. De oppervlakte van het eilandje bedraagt slechts 3,5 vierkante kilometer. Op het eilandje is nauwelijks bebouwing te vinden en auto's zijn er niet toegestaan. Het eiland is vooral bekend vanwege de zogenoemde 'blue lagoon' die er te vinden is. Het eiland dankt haar naam aan de naam 'komijn' (Cuminum cyminum); een kruid dat nog steeds op het eiland groeit en het eiland in de lente haar kenmerkende geur geeft.

Blue Lagoon

Het eiland kent een aantal kleine baaien waarin gezwommen kan worden. De bekendste hiervan is de Blue Lagoon, waarin het water zeer helderblauw is. Zo blauw dat het een beetje op een zwembad lijkt. De helderblauwe kleur ontstaat doordat het licht van de zon in het heldere water breekt in verschillende kleuren. Het water absorbeert echter de meeste van die kleuren, behalve blauw. Hierdoor lijkt het alsof het water zelf blauw is. Dit geeft een spectaculair effect.

Een deel van de Blue LagoonEen deel van de Blue Lagoon

De baai met de Blue Lagoon ligt in een engte tussen Comino, het kleinere onbewoonde zustereiland Cominotto en enkele andere rotsen. De officiële naam van de lagoon is het Fliegukanaal. Het is een zeer populaire plek voor zonaanbidders, duikers en snorkelaars. De Blue Lagoon is de belangrijkste bestemming voor dagtochtjes naar het eilandje. In zomer komen reizen dagelijks soms 6000 toeristen naar de baai.

Qua strand stelt de Blue Lagoon niet zoveel voor. Wat er aan strand beschikbaar is, staat volgebouwd met parasols en strandstoelen die verhuurd worden. Badgasten die hier geen gebruik van wensen te maken, moeten hun handdoek op de hoger gelegen rotsen uitrollen of zijn aangewezen op een verblijf in het water. Vanwege het feit dat veel toeristen dit kleine paradijs bezoeken willen bezoeken, kan het er in het hoogseizoen, vooral in de middagen, erg druk worden.

Rondom de Blue Lagoon worden verschillende toeristische boottripjes aangeboden. De organisaties als Yellow Fun en Oki-Ko-Ki zijn populair onder jongeren. Zij bieden tochtjes aan in speedboten die vlak langs de rotsen aan de noordoostzijde van het eiland scheren. Nabij de lagoon zijn tentjes aanwezig waar snacks, ijs en drinken verkocht worden. Er is tevens een openbaar toilet beschikbaar.

Santa Maria Baai

Op 20 minuten wandelafstand ten oosten van de Blue Lagoon aan de noordzijde van het eiland, ligt de Santa Maria-baai. Deze baai wordt vooral bezocht door mensen die willen ontsnappen aan de drukte van de Blue Lagoon. Zelfs in het hoogseizoen is het op het strand in deze baai erg rustig. Het strand is er schoon, het water erg helder en er zijn strandwachten aanwezig. Eten en drinken zijn echter niet verkrijgbaar.

Wandelen

Buiten het toeristenseizoen is er voldoende te zien op het eiland. Wandelaars komen er om van de natuur en rust te genieten. Het is niet voor niets een vogel- en natuurreservaat. Doordat er nauwelijks vervuiling op het eilandje is, zijn de kruiden die er groeien, zoals tijm, goed te ruiken. Ook groeit er dus komijn (waarnaar het eiland vernoemd is). De plant is te herkennen aan de paarse en witte bloemen. De plant kan ongeveer dertig centimeter hoog worden.

Geschiedenis en bezienswaardigheden

In het verleden was het eiland niet erg belangrijk. Erg veel is er dan ook niet bekend over de geschiedenis ervan. In het jaar 1285 vluchtte de zelfbenoemde Spaanse profeet Abraham ben Samuel Abulafia naar Comino. Hij had een visie op het geloof die, op zijn zachtst gezegd, niet door iedereen gedeeld werd. Hij wilde namelijk de bestaande problemen tussen het Judaïsme, christendom en de islam oplossen. Paus Nicolaas de derde nodigde hem daarom uit voor een bezoek aan het Vaticaan. Het betrof echter een valstrik met als doel Abulafia te doden. Na het bezoek overleed de paus aan een hartaanval. Abulafia werd gevangen genomen, met als doel als ketter te worden verbrand. Hij wist na vier weken te vluchten en ontkwam op die manier aan de dood. Hij sleet zijn dagen op Comino. Hier schreef hij het Book of Sign; een filosofisch verhaal, waarin hij onder andere de opname van Palestina in een veel grotere Joodse staat voorspelde.

Santa Marija TowerSanta Marija Tower

Naarmate de tijd vorderde werd het eiland steeds meer gebruikt door piraten. Zij verscholen zich met hun schepen in de kleine baaien. Zodoende liepen handelsschepen die Malta passeerden in een hinderlaag. Boeren die op het eiland werkten werden keer op keer bestolen van hun oogst en indien ze zelf niet op tijd vluchtten, werden ze tot slaaf gemaakt. Om een einde te maken aan de piraterij wilden de Maltezers een wachttoren laten bouwen op het eiland. Hiervoor werd in 1418 een belasting op wijn ingevoerd in Malta. Koning Alfonso de vijfde van Spanje gebruikte de opbrengsten echter voor zijn eigen pleziertjes. Twee eeuwen later, in 1618, bouwden de ridders van de Johannieterorde alsnog het fort Santa Marija en de Santa Marija Tower op Comino. Ditmaal was het doel de passagiers en koopvaardij tussen Malta en Gozo beter te beschermen. De toren werd gebouwd op kosten van Grootmeester Fra Alof de Wignacourt. Het was de duurste toren die door de ridders in Malta werd gebouwd. De toren is ongeveer twaalf meter hoog, maar werd gebouwd op een acht meter hoog platform, waarvan de basis op ongeveer zeventig meter boven zeeniveau ligt. De muren van de toren zijn zes meter dik. De toren werd normaliter bemand door ongeveer dertig soldaten, maar in tijden van crisis konden dit er zestig zijn. Veelal waren dit mannen die zich binnen de forten van Valletta hadden misdragen en daar niet te handhaven waren. Doordat de toren op Comino geïsoleerd ligt, is de toren steviger uitgevoerd dan de torens op Malta zelf. De imposante toren is goed bewaard gebleven en is te bezichtigen in het zuidenwesten van het eiland. Het bouwwerk is te betreden via de steile trap aan de voorzijde. Het dak biedt vanzelfsprekend een goed uitzicht op de omgeving; daar is het immers voor gebouwd. De toren vormde een decor voor de opnames van de film The count of Monte Cristo (IMDB) uit 2002. In de film, die werd gemaakt naar een boek van Alexandre Dumas, moest het fort het Château d'If (dat in werkelijkheid op het eiland If voor de kust van Marseille ligt) voorstellen. In de directe omgeving van de toren bevindt zich het oude quarantainecentrum (Old Isolation Hospital), dat rond 1890 door de Britten werd gebouwd voor zeelieden die terugkeerden vanuit de Levant (de regio rondom het huidige Israël). Verder naar het oosten ligt een kleiner verdedigingswerk (de Santa Marija Gun Battery) uit 1716. In feite was dit een rij kanonnen die binnen in een halve cirkel achter een verdedigingsmuur staan opgesteld.

Santa Marija Gun BatterySanta Marija Gun Battery

Ondanks dat het bestrijden van de piraterij belangrijk was, werd het eiland in de eerste plaats gebruikt voor de jacht. De ridders jaagden er op hazen en zwijnen, die er in die tijd voorkwamen of die speciaal voor de jacht werden uitgezet. Jagen op het eiland was in die periode voorbehouden aan de hoge heren. Iedereen die waagde die regel te overtreden, werd gestraft. Ook later water er nog zwijnen te vinden op het eiland. Er stond namelijk een flinke varkensfokkerij aan de zuidzijde van het eiland, maar die is inmiddels gesloten.

Na de ridders werd het eiland gebruikt voor de landbouw. Tijdens de kortdurende Franse bezetting (1898 – 1900) van Malta, werden aanhangers van de Fransen verbannen naar het eiland, waardoor de populatie in 1899 ongeveer 150 zielen telde. Vervolgens kreeg het eiland wederom een agrarische bestemming, totdat de 34 personen die er in 1897 leefden werden uitgekocht om plaats te maken voor het quarantainecentrum. Vanaf het jaar 1926 werd Comino gehuurd door kapitein Arthur Zammit Cutajar. Hij had zestig mensen in dienst die het land bewerkten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij echter gedwongen te stoppen met zijn werk. Na de oorlog keerde wat landbouwers terug. Er bevond zich toen een kleine gemeenschap op het eiland. Er was tot 1965 zelfs een schoolklas voor de jongeren. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw werd de toeristische waarde van het eiland ontdekt. Sindsdien vormt het eiland vooral het domein van vakantiegangers.

Op het eiland heeft sinds de twaalfde eeuw een kapel gestaan. Op de plek van die kapel werd in 1618 een nieuwe kapel gebouwd. Deze werd in 1667 en 1716 uitgebreid en werd afwisselend gebruikt door de boeren van het eiland en de ridders die de toren bemanden. De kapel staat er tegenwoordig nog en is gewijd aan de Maria-Tenhemelopneming.

Bereikbaarheid en verblijf

Op Comino zijn twee hotels te vinden. Het ene bestaat feitelijk uit een rijtje bungalows en het andere is een hotel/resort. Het Comino hotel beschikt over een eigen ferryservice en zorgt met een minibusje ook voor transport van haar gasten over het eiland. De bootjes vertrekken op regelmatige tijden vanuit Mgarr op Gozo en van nabij Cirkewwa op Malta. Gasten van het Comino Hotel kunnen gratis gebruik maken van de bootjes. Mensen die Comino voor een dagje bezoeken betalen € 10, - voor een retourtje. Kinderen betalen € 5, -. Ook andere bedrijven, zoals Ebsons Comino Ferries en United Comino Ferries, varen in het hoogseizoen elk half uur vanaf Cirkewwa naar Comino. Er zijn verschillende andere plaatsen langs de kust van Malta van waaruit het mogelijk is om in de zomermaanden naar het eilandje te varen. Vaak verdienen lokale vissers een centje bij met het overzetten van toeristen. Ook worden er vanuit verschillende havenplaatsen op Malta excursies georganiseerd waarbij het eilandje wordt bezocht.

Nabij de Santa Maria Baai is een kleine kampeerplaats aanwezig, waar eventueel een tent kan worden opgezet. Deze Comina Camp Site beschikt slechts over minimale voorzieningen.



Google



Zoeken met Google Foto's zoeken met Flickr Zoeken met Google en Flickr