Het Wignacourt-aquaduct

Het Wignacourt-aquaductHet Wignacourt-aquaduct

Het Wignacourt-aquaduct is een oude drinkwatertoevoer voor de stad Valletta. Met de bouw van de zestien kilometer lange keten van waterwerken (met een verval van 30 meter), waar het aquaduct deel van uitmaakt, werd aangevangen in het jaar 1610. Dit gebeurde in opdracht en op kosten van grootmeester Fra Alof de Wignacourt (1547 – 1622). Eerdere pogingen een aquaduct aan te leggen faalden jammerlijk.

De aanleiding voor de bouw

Nadat Valletta gebouwd was, bleek dat de in omvang groeiende bevolking van de stad in steeds mindere mate kon beschikken over voldoende drinkwater. Water werd na het stichten van de stad, in geval van schaarste, vanuit Għajn Filep in Marsa met de boot naar Valletta getransporteerd. Daar werd het in grote waterreservoirs onder de stad bewaard. De wettelijke verplichting bestond om iedere woning van een goed onderhouden, schone waterput te voorzien, waaruit water uit de reservoirs kon worden opgepompt. Naarmate het aantal inwoners van de stad toenam, namen ook de problemen met de drinkwatervoorziening toe. Nadat de Wignacourt in het jaar 1601 werd gekozen tot grootmeester, begon hij spoorslags met het aanpakken van deze drinkwaterproblemen.

De aanleg van het aquaduct

De fontein te FlorianaDe fontein te Floriana

Aan het eind van de zestiende eeuw begon de situatie rondom de watervoorziening nijpend te worden. De voorganger van de Wignacourt, Fra Martín Garzéz, besloot ingenieurs naar Malta te halen, maar zij slaagden niet een plan te realiseren. Nadat de Wignacourt de leiding overnam, besloot hij dat er koste wat kost een degelijke watervoorziening voor de hoofdstad moest worden aangelegd. In een hooggelegen gebied tussen de plaatsen Dingli en Rabat, werden geschikte bronnen gevonden die in de drinkwaterbehoefte van de bewoners van Valletta konden voorzien. Dit waren Djar Ħandul, Għajn Qajjied en Għajn Tewżien. Het water werd opgevangen in Ġnien is-Sultan. Van daaruit moest het naar het zestien kilometer verderop gelegen Valletta worden getransporteerd. Ene Natale Tomasucci (die vanuit Messina op Sicilië werd gehaald) slaagde er wel in het water via ondergrondse gangen te verplaatsen tot aan het plaatsje Attard, maar van daaruit werd het transport bemoeilijkt doordat het land daarvoor te heuvelachtig bleek. De Italiaanse architect Bontadino de Bontadini (die in 1612 vanuit Bologna kwam) bedacht een oplossing voor dit probleem. Hij vervaardigde een aquaduct van Balzan tot Hamrun. Het aquaduct bestond uit een twee kilometer lange rij met 361 boogconstructies die een gesloten goot ondersteunden waardoor het water liep. Vanaf Hamrun stroomde het water verder via ondergrondse gangen naar Floriana en Valletta. Een groot probleem waren de vrij hoge waterdruk en het poreuze zandsteen, waarin veel water tijdens het transport verdween. Dat probleem werd door de Bontadini opgelost door Pozzolana-klei (uit Pozzuoli bij Naples) te halen. Dit is in opgedroogde vorm veel harder dan normale klei en bleek derhalve uitstekend geschikt voor de situatie.

Aan de bouw van het aquaduct werd door 600 Maltezers gewerkt. In slechts vijf jaar realiseerden zij het hele kunstwerk. Op 21 augustus van het jaar 1615 werd de voltooiing van het aquaduct gevierd met de opening, door de Wignacourt, van een fontein in het centrum van Valletta. De fontein was versierd met allerlei beeldhouwwerken waaruit bogen water stroomden, zodat mensen gemakkelijk hun emmers konden vullen. Echte waterleiding bestond in die periode immers nog niet. De fontein bestaat nog steeds, maar is door de Britten verplaatst naar een plek nabij de Argotti-tuinen te Floriana.

Het aquaduct ter hoogte van Fleur-de-LysHet aquaduct ter hoogte van Fleur-de-Lys

Het viaduct liep dwars door het landschap. Op een bepaalde plek kruiste het een weg. Daar werd een grote boog gemaakt (geflankeerd door twee kleinere bogen), zodat kruisend verkeer ongehinderd kon passeren. De bogen werden versierd met beeldhouwwerk in de vorm van Franse lelies (Fleur-de-Lys), omdat die bloem in de het familiewapen van de Wignacourt werd weergegeven. Het dorpje waar deze boog stond, draagt ook tegenwoordig nog de naam Fleur-de-Lys. De bogen zijn echter in het jaar 1942 afgebroken, nadat ze waren geramd door een hijskraan van de Britse Royal Air Force en omdat ze eigenlijk enorm in de weg stonden. In 2013 werd bepaald dat de bogen opnieuw opgebouwd moesten worden en op het midden van een rotonde zouden worden geplaatst. Inmiddels is de replica voltooid, maar het resultaat oogt helaas niet bijzonder fraai.

Door de externe waterbron, bleef Valletta kwetsbaar tijdens een eventueel beleg. Door simpelweg de toevoer van het water te verbreken of het water te vergiftigen, zou de belegerde stad zich snel gewonnen moeten geven. Dat merkten de Fransen, die zich tussen 1798 en 1800 in de hoofdstad terugtrokken en het zonder toevoer van vers water moesten stellen.

Het aquaduct vandaag de dag

Het aquaduct ter hoogte van MrieħelHet aquaduct ter hoogte van Mrieħel

Vandaag de dag wordt het aquaduct niet meer voor het oorspronkelijke doel gebruikt. De bewoners zijn voor hun drinkwatervoorziening tegenwoordig grotendeels aangewezen op water dat vanuit de desalinatie-installatie bij Pembroke via de waterleiding over het eiland wordt verdeeld.

Het Wignacourt-aquaduct is te bezichtigen in Hamrun. Het aquaduct loopt over een flinke lengte direct langs de wegen Triq Il-Kbira San Ġużepp en Triq L-Imdina tussen Hamrun en Attard. Deze wegen bieden een mooi zicht op het aquaduct. Liefhebbers van het bezichtigen van dit soort bouwwerken, kunnen een bustocht naar Mdina vanuit Valletta bijvoorbeeld onderbreken bij de halte Collosso en vervolgens het viaduct tot één van de volgende haltes volgen. Bij de bushalte Collosso bevindt zich het eind van het aquaduct. Hier staat een wachttorentje met een klein altaar en mariabeeldjes erin. De bussen 51 52 en 53 rijden op de route om de tien minuten.

Andere aquaducten

Het aquaduct bij XemxijaHet aquaduct bij Xemxija

Ook op andere plaatsen in Malta zijn resten van aquaducten te zien. Bijvoorbeeld nabij de baai van St. Pauls bay/Xemxija en nabij de plaats Manikata (langs de weg van Golden Bay richting Popeye village). Op Gozo staan resten van een viaduct langs de weg van Victoria richting Ta' Pinu. Dit laatste aquaduct werd echter pas tussen 1839 en 1843 gebouwd door de Britten om de Citadel van Victoria van water te voorzien. Het aquaduct nabij Xemxija (L-Akkwedott tax-Xemxija) zou ook door de Britten zijn gebouwd rond het jaar 1839. Het diende om water van een plek genaamd 'Tal-Ballut' bij Wardija naar St. Pauls Bay te laten stromen. Boeren in de omgeving zeggen dat er al veel eerder een aquaduct was. De kans bestaat dat veel aquaducten al door de ridders waren gebouwd en dat de Britten ze hebben gemoderniseerd.



Google